houd ik dit vol?

Ik hurkte naast mijn leerling en legde haar iets uit dat ik zelf als kind vreselijk moeilijk vond. Honderdtallen bij elkaar optellen. Na mijn uitleg lukte het haar! Het was 10.00 ’s ochtends. We hadden vroeg gepiekt. Alles wat ze nu nog zou leren zou mooi meegenomen zijn.

Terwijl ze in snappet verder werkte hielp ik mijn andere leerling. Hij vroeg mij om uitleg bij een oefening over persoonsvorm en gezegde. Enthousiast ging ik veel te snel de diepte in. Ik begon over beperkende bijzinnen en uitbreidende bijzinnen. Hij zei: ‘Mama, zo weet ik het wel hoor. Ik ga verder.’

Mijn pupillen waren aan het werk en ik liep rond door de huiskamer. Gewichtige stappen. Kopje thee in de hand. Af en toe een klopje op een schouder gevend. Ik wist dat ik dit mooie moment niet moest zien als een pauze. Dat ik niet in de verleiding moest komen om toch effetjes mijn mail te lezen, toch effe wat acquisitie te doen tussendoor. Want in die valkuil was ik in het verleden al tot aan overspannenheid getrapt. Begin je er eenmaal aan, dan wordt het ‘effetjes tussendoor werken’ een energieslurpende verslaving.

Ik hield het bij gekriebelde steekwoorden op vouwblaadjes. De volgende ochtend, tussen vier en zeven zou ik ze uitwerken. Ik vroeg me af hoe die kantoormensen, nu thuiswerkers/docenten/ouders, dit momenteel doen. Want als je lesgeeft moet je radar continu aanstaan. Dat wordt nogal eens onderschat.

Op school hadden de juffen op ieder kinderbureau de weektaak neergelegd, samen met de werkschriftjes en briefjes met inlogcodes van educatieve softwareprogramma’s. Toen ik die ’s middags kwam ophalen was er ook een vader. Hij is, net als ik, een zzp’er zonder veel werk. Vrolijk vertelde hij over hoe hij van de nood een deugd had gemaakt en zich op het lesgeven had gestort. De juffrouw lachte: ‘Wij waren al benieuwd hoe al die ouders dit gaan vinden. Wie weet komen er zo een hoop nieuwe docenten bij!’

Ik word geen basisschooldocent. Want een eerste ochtend lesgeven aan mijn eigen kinderen is totaal iets anders dan jaren aan een stuk voor een grote gemêleerde groep elk jaar weer dezelfde dingen uitleggen. Administratief gezeur afhandelen. Persoonlijk last hebben van de opvoedmethodes die andere ouders erop na houden. Orde houden.

Lesgeven is helaas maar een klein onderdeel van lesgeven aan kinderen. Daarom vond ik het cursusgeven aan kleine groepen volwassenen vroeger altijd zo fijn. Tijdens die bedrijfstrainingen kon ik mijn didactische vaardigheden volledig inzetten. De administratie werd gedaan door de administratie. Verwennerij!

Aandacht van een docent is een luxe, en zo werd het door mijn volwassen cursisten ook altijd gezien. Ik ben benieuwd tot welke inzichten we met zijn allen gaan komen deze periode.

Delen